home
Historie van "De Brouwerij" en de familie Bolle te Haamstede
In de middeleeuwen was er in ieder behoorlijk dorp minstens één brouwerij in bedrijf. Regenbakken waren toen nog niet algemeen daarom was vooral´s zomers goed drinkwater schaars en bier een dagelijkse drank. In de laatste helft van de l8de eeuw begon men dit door toenemend gebruik van koffie, thee en chocolade minder te drinken.
Te Haamstede aan de Weststraat maakten leden van de familie Bolle tweehonderd jaar lang dit geestrijke vocht. De laatste bierbrouwende landbouwer was hier Leendert Bolle (1767-1843) die het brouwen omstreeks 1830 beëindigde. De twee ketels waarin het bier werd bereid hadden een inhoud zoals nu nog te lezen is van 240 anker (9300 liter). Deze brouwerij droeg de nu vergeten maar niet minder imposante naam "De Witte Gekroonde Leeuw". Dit typisch in tegenstelling met de gekroonde rode leeuw die tot in de vorige eeuw op de hoek van de dorpsherberg in de Noordstraat uithing (het oud Haamsteedse gemeente wapen).
De familienaam Bolle oorspronkelijk een voornaam komt al in de 16de eeuw te Burgh en Haamstede voor. Vanaf die tijd bekleden ze de belangrijkste bestuursfuncties, zowel op wereldlijk als op kerkelijk gebied. Wanneer men hun stammenreeks bekijkt valt de verwevenheid met de geslachten Vis, Tromp, Moolenburgh, Hoogenboom en de Bruijne op.

Oudste bekende Bolle

Leden van genoemde families probeerden hun kinderen met elkaar uit te huwelijken. De oudste bekende Bolle was Cornelis Bolle(sse) die omstreeks 1560 werd geboren. Hij woonde waarschijnlijk op de voormalige boerderij tussen Haamstede en Burgh, thans garage Noordhoek. Bekend is dat hij in 1596, 1602 en 1612 schepen van de Westerban was, ook is zijn hand- of huismerk bewaard gebleven. Zoons van hem gaven drie geslachten Bolle, inclusief Bolle-Mooy, waarvan Nieuwhof in 1857 zei dat het onbekend was of ze familie van elkaar waren.
We volgen nu in dit artikel het brouwerij nageslacht van een zoon, dat van Adriaan Cornelisse Bolle omstreeks 1590 geboren en gehuwd met Jannetje Crijns. Hij was schepen van Haamstede. Het ambt van Schout was in de 17e eeuw nog in handen van de familie Padt, die misschien voor de Bolle´s de brouwerij bewoonden.
foto huis
1"De Brouwerij" aan de Weststraat 32-34 in 1918.
Links het westelijk en oudste deel wat "de Oldekop" werd genoemd en vroeger een trapgevel had.
De brouwersrechten

De brouwersrechten hadden n.l. te doen met de voorrechten van de ambachtsheer. Hiermee kan ook de ligging zo dicht in de nabijheid van het slot Haamstede worden verklaard. Met het verdwijnen van de Padt familie als rentmeesters stegen de Bolle´s die dit ambt gingen vervullen in belangrijkheid. Dit zal omstreeks 1650 zijn geweest, toen Cornelis Adriaanse Bolle (1621-1710) huwde in december 1647 met Jannetje Cornelisse Francke afkomstig van Westenschouwen. Het jaar daar op volgend werd het nu westelijk en oudste deel van "De Brouwerij" voor hen gebouwd (toen met trapgevel - foto: 1). In Smalleganges "Kroniek van Zeeland" is dit op een plaat van de baanderheerlijkheid Haamstede uit ±1690, "De Brouwerij" te herkennen, met centraal het tegenwoordige, oudste gedeelte met aan de west en oostzijde aanbouwsels die later zijn afgebroken (±1800).
De zoon van Cornelis Bolle en Jannetje Francke, Thonis Bolle (1649-±1710) de landbouwer/bierbrouwer huwde in maart 1680 de van Burgh afkomstige Crijntje de Geuze. Ook hij was schepen van Haamstede en wel 29 jaar lang het laatst in 1708. Hun zoon Cornelis Thonisse Bolle (1682-1753) gehuwd op 20 februari 1705 met Thrijsia Tromp(er) was een zeer belangrijk persoon te Haamstede. Hij was bij afwezigheid van de Ambachtsheer diens gevolmachtigde. Begrijpelijk natuurlijk, want tot zijn overlijden in 1753 was hij 40 jaar schout en ook meermalen ouderling, voor het eerst in 1719. Hij was een van de vier buitenmannen die bij de beweging van 1747, waarna de Prins van Oranje tot stadhouder werd uitgeroepen, interim regent werd in de raad van Zierikzee. Het echtpaar Bolle-Tromp werd in de kerk begraven.
Hun enige zoon Job Bolle (1709-1757) mocht zijn vader niet als schout opvolgen. Nieuwhof schreef hierover "Hem was het eene grieve en in het kleine dikwerf bekrompen dorpshuishouden had dit een nadelige invloed op zijn kerkelijk leven". Het was zijn zwager Pieter Vis, die dit ambt vervulde. Job Bolle was namelijk gehuwd met Adriana Vis (1711-1755). Na haar overlijden in 1755 kwam hij nog eenmaal in de kerk voor hij in 1757 als een teleurgesteld mens overleed. Omdat hun kinderen minderjarig waren deed zijn ongehuwde zuster Quirina Bolle tijdelijk de zaken. Uit een rekening van door haar geleverd bier in 1757 en 1758 aan een middelmatig boeren gezin blijkt dat de kosten fl.21,50 beliepen. Ze gaf drie zilveren avondmaalschotels aan de kerk te Haamstede en overleed te Renesse in 1774.
Van de vier kinderen van Job Bolle en Adriana Vis, 4 waren reeds jong overleden, vertrok Lieven Bolle (een van de twee jongens) naar Zierikzee en huwde met Dina den Boeg. Hij was heemraad van de polder Schouwen. Dochter Cornelia huwde Tonis Tromp, de schout te Renesse. Dochter Theresia bleef ongehuwd. De oudste zoon Cornelis, die Maria de Winde tot echtgenoot had bleef op "De Brouwerij" wonen. Hij was ook schepen en meermalen ouderling. Zijn zwager Michiel Leendertse Blom die met Neeltje de Winde trouwde was eveneens schepen. Een beetje familie regering dus, een toen eigentijds verschijnsel.

Het volgende geslacht werd gevormd door de enige zoon van Cornelis Bolle en Maria de Winde, Leendert Bolle (1767-1843) die Pieternella Kosten (1774-1835) afkomstig van "de Helle" in juli 1796 huwde. Leendert Bolle was de laatste bierbrouwer-landbouwer aan de Weststraat (foto: 1). In de Franse tijd werd door hem aan de oostzijde een geheel nieuwe woonvleugel aan De Brouwerij gebouwd. Hoewel, geen schout, bekleedde hij toch talrijke functies, zoals eerste assessor, lid van de centrale directie van Schouwen, Burgh en Westland, secretaris of zoals andere bronnen vermelden "Maire" van Westenschouwen. Uit het veldboek van 1801 bleek hij de grootste grondeigenaar te zijn, alleen in schouwen al 222 gemeten (±90 Ha.) verdeeld over niet minder dan 104 percelen. Later is dit bezit nog belangrijk uitgebreid. Hij had veel belangstelling voor het kerkelijk welzijn, bij de collectes was hij altijd de voornaamste gever. Met de vijftigste verjaardag van zijn vrouw Pieternella schonk hij de kerk twee zilveren wijnkannen en in 1835 kon men door zijn financiering het diaconie armenhuis (Oostzijde - Kerkring) geheel vernieuwen. Zijn welstand was ook af te lezen van het aantal inwonende personeelsleden die vermoedelijk voor een deel in het oude deel van "De Brouwerij" "de Olte Kop" woonden. In 1826 waren dit vijf mensen met de volgende functies: hovenier, naaister, dienstmeid, dagloonster en knecht.
Door het ontbreken van nakomelingen gingen hun rijkdommen voor een belangrijk deel naar de neef Job Adriaan Bolle (1788-1869) zoon van Lieven Bolle en Dina den Boeg die naar Zierikzee was vertrokken. In 1840 verhuisde de 21 jaar jongere neef Job Adriaan Bolle Lievenszoon die zich in 1812, vanuit Zierikzee te Haamstede vestigde naar de Brouwerij Rees in 1826 omschreven als bierbrouwer en tot 1836 wonende op de Kerkring (thans nr.52). In dat jaar verhuisde hij naar de woning op het "Zuiddek" (foto nr: 3-4) waar hij met zijn vrouw Adriana de Bruijne en vier kinderen slechts twee jaar woonde, om vervolgens weer twee jaar in 't Dal (Ring nr.25) te verblijven, om dan tenslotte op "De Brouwerij" aan de Weststraat te belanden. In 1843 erfde hij van neef Leendert Bolle, welke in "De Brouwerij" overleed en aan de zuidzijde van de kerk begraven werd, o.a. "De Brouwerij" -boerderij met meer dan 126 ha land. Het huis op het huis op "Zuiddek" (later garage Dijkman) met achter- liggende hofstede en een duinhoeve groot 51 ha.

Van Job Adriaan Bolle’s vier kinderen zijn de twee zoons beide burgemeester van Haamstede en Burgh geweest. De oudste Lieven Leendert (1817-1854) gehuwd met de burgemeestersdochter Johanna Neeltje Vis was eerste secretaris. Zij kregen elf kinderen en woonden sinds 1840 in het huis (foto: 3 en 4) waar nu garage Dijkman gevestigd is. Aan de Ankerweg stonden de grote landbouwschuur en verdere bedrijfsgebouwen. Hij volgde in 1849 zijn schoonvader op als eerste burger en was tevens de laatste rentmeester van de ambachtsheerlijkheid die in april 1853 voor ruim f 96.000,- werd verkocht. Verder was hij ook lid der centrale directie van Schouwen (het waterschap) en penningmeester van de Westerenban polder. Hij stierf als burgemeester op 37 jarige leeftijd. Aan de noordzijde van de kerk is zijn grafsteen nog te zien.
Zijn zes jaar jongere broer Cornelis Marinus Bolle (1823-1881) gehuwd met Janna Moolenburgh volgde Job Adriaan op als burgemeester van de beide dorpen. Zij kregen twaalf kinderen en woonden voordat ze in 1870 naar "De Brouwerij" verhuisden een twintigtal jaren in het huis van thans "Foto Berge" is gevestigd.

Hun oudste zoon Job Adriaan Bolle (1848-1926) werd later burgemeester van Zonnemaire, waar hij een landbouwbedrijf had. Twee ongetrouwde broers Huibrecht Cornelis (1851-1920) en Cornelis Marinus Bolle (1856-1929), bleven de boeren op de "De Brouwerij" met leden van de familie Kwant als hun rechterhand. Ze waren de enigen in de Westhoek die met vier span paarden werkten. Zoon Huibrecht Cornelis Bolle was o.a. wethouder en in 1912 voorzitter van het oprichtingsbestuur van de V.V.V. Haamstede-Burgh. Hij overleed in 1920, zijn broer Cornelis Marinus in 1929. Op een koopdag in 1914 kocht Joh. Hanse een deel van hun gronden. Hiermee eindigde "De Brouwerij" als boerderij eens de grootste uit de omgeving.

Jansje Jacoba Maria Voorbeijtel-Bolle (1876-1944) de Zonnemairse burgemeestersdochter keerde in die tijd uit Oost Indië terug en bewoonde lange tijd "De Brouwerij". In 1925 keerde Daniel de Looze die met haar zuster Jakoba Gillezina Bolle (1879-1967) gehuwd was eveneens uit de Oost terug. Ze verbleven tijdelijk in "De Brouwerij" voor ze naar Baarn vertrokken. Hun schoonzoon de chirurg dr. H.H. Boeke is thans eigenaar van "De Brouwerij". Men bezit nog een boekje met bier recepten uit 1745.
foto huis
2 ca. 1930 - De voormalige burgemeesterswoning, aan de Noordstraat 10/12, in die tijd bewoond door Lieven Leendert Bolle (1869-1933)
en zijn 4 zusters. Rechts het kantoortje annex koetshuis. Dit huis werd in 1982 door W.J. Geleynse in de oude staat terug gebracht.
Opvolgend burgemeester

Toen kerstdag 1881 burgemeester Cornelis Marinus Bolle in "De Brouwerij" op 58-jarige leeftijd overleed werd zijn 41-jarige neef Marinus Bolle (1840-1927) burgemeester van Haamstede en Burgh welk ambt hij 37 jaar uit oefende tot februari 1918. Hij woonde sinds zijn huwelijk in juli 1866 met Adriana Jobina Hoogenboom afkomstig van "Zeelandia" op de boerderij van zijn grootvader burgemeester Marinus Vis (1783-1849) in de Noordstraat (foto: 2). Hun huis met aangebouwd koetshuis-schuur werd in die jaren herbouwd (thans Noordstraat 12-10 ), de boerderij-gebouwen stonden een honderd meter diep het land in en waren bereikbaar via een oprit naast het pand van W. J. Geleijnse.

Zilveren bokaal

Bij het afscheid van Marinus Bolle in 1918 als burgemeester van Burgh en Haamstede, hij was toen 78 jaar oud, kreeg hij van het gemeentebestuur een ambtspenning. Van de burgerij ontving hij een zilveren Bokaal met opschrift en van Burgh een foto van de gemeenteraad (zie 'fotos & doc'). Te Burgh werd 'recentelijk' een laan naar hem genoemd. (zie 'familie-info')

Zijn broer Cornelis Marinus Bolle (1843-1916) en zijn zuster Maria Tona Bolle (1847-1924) bleven op de ouderlijke boerderij-woonhuis wonen op de Zuidstraat 6-10 ook wel "Zuiddek" genoemd (foto: 3 en 4). Cornelis Marinus Bolle "van de Pompe" zo genoemd omdat één van de twee waterpompen in Haamstede nabij zijn woning stond, was een gemeenschapsmens en een goed organisator van festiviteiten. Op foto nr. 5 zien we hem met zijn "klepper en rijtuig". In 1906 was Cornelis voorzitter van het burgerlijk armenbestuur. Het nieuwe Armenhuis in de Noordstraat werd in gebruik genomen in 1908 (foto: 6). Hij overleed in november 1916. Het daarop volgende jaar verkocht de familie de landerijen en de inspan, zo verdween weer een boerderij uit de dorpskern van Haamstede. In 1932 vestigde de heer C. Dijkman op deze plaats zijn garagebedrijf.
foto huis foto huis
31905 - Een vervlogen beeld op het "Zuiddek" (Zuidstraat) hier woonde Cornelis Marinus Bolle "van de Pompe" met zijn zuster Maria Thona Bolle in hun ouderlijke huis.
In 1932 vestigde zich op deze plaats garage Dijkman.
41915 - Ook dit is de boerderij-woning (het grote huis) van Cornelis Marinus Bolle en zijn zuster Maria Thona op het "Zuiddek" gezien van af de kruising met de Ring.
foto huisfoto huis
5Cornelis Marinus Bolle met zijn "charette" en paard aan de achterzijde van zijn huis aan de huidige Ankerweg.
Het rijtuig, een Phaëlton, ook wel Napoleon genoemd, kostte in die tijd fl. 1500,=.
6De gevelsteen boven de "Armengang" in de Noordstraat met daarop de tekst: "Armenhuis" gesticht in het jaar 1908 ten tijde waren de leden van het Burgelijk Armenbestuur
C.M Bolle Lz (voorzitter), A. Dartig (secretaris), J. Boot Wz,
W. Vis, M.J.K. Overbeeke en J.M. Dalebout.
Zijn oudste broer mr. Job Adriaan Bolle (1839-1901) was notaris te Renesse, een van zijn twee dochters dr. Laurina Cornelia Bolle die in 1965 overleed en fl. 100.000,= legateerde aan de kerk te Renesse om het oorspronkelijke koor weer op te bouwen hetgeen prachtig is gelukt.

Toen de laatste helft van de vorige eeuw de meekrap cultuur verdween, probeerden de gebr. Bolle de groenteteelt. In 1884 stichtten ze een conservenfabriekje aan de Noordstraat (thans Chinees Indisch Restaurant "May Garden”). De tijd voor "groente uit blik" was echter nog niet aangebroken. Direct na de eeuwwisseling deed de bloembollenteelt zijn intrede, ook hierin bleven ze niet achter. In 1910 kreeg M. Bolle een legpenning van de Ver. voor Bloembollencultuur uit Haarlem als teler van dubbele vroege tulpen.


Van de zeven dochters van Marinus Bolle en Adriana Jobina Hoogenboom huwden er drie respectievelijk met L.A. Blindenbach Gemeente-ontvanger van Amsterdam, S.P. Gualthérie van Weezel huisarts te Elburg en J.J. Bekaar wiens carrière begon als rijksbelastingontvanger te Noordwelle. Vier dochters, bleven er thuis in de Noordstraat (foto: 2) bij hun enige broer Lieven Leendert Bolle (1869-1933) die vrijgezel bleef. Hij zette het boerenbedrijf van zijn vader voort en overleed in 1933. Met hem stierf dit eens zo uitgebreide en belangrijke geslacht Bolle te Haamstede in de mannelijke lijn.

Eerste steen nieuwe school

Burgemeester Cornelis Marinus Bolle legde in 1857 de eerste steen van de nieuwe school in de Noordstraat. Op 19 december 1873 legd Lieven Leendert Bolle, oud 4 jaar, zoon van Marinus Bolle en Adriana Jobina Hoogenboom, de eerste steen van de Bewaarschool. Thans Cultureel Centrum "De Bewaerschole".
Bron: 29 Verhalen uit de historie van Schouwens Westhoek door W.P. de Vrieze - aangevuld door Jan Correljé