| Franciscus Marinus Johannes van Grasstek (1816-1887) en Henriėtte Willemina van Slogteren |
|---|
|
Franciscus Marinus Johannes van Grasstek trouwde op 24 April 1847 te Hoorn met Henriėtte Willemina van Slogteren dochter van Johannes van Slogteren en Henriėtte Willemina de Haas.
De broer van Henriėtte Willemina trouwt 4 jaar later met de Margaretha Barendina Isina van Grasstek, zuster van Franciscus Marinus Johannes. Franciscus Marinus Johannes begon zijn loopbaan als aankomend notarisklerk op het kantoor van Nicolaas Carbasius, Notaris te Hoorn, alwaar hij van 1 November 1830 tot 30 November 1832 werkzaam was. Op 11 December 1832 trad hij als notarisklerk in dienst van Wigger Tasman, Notaris eveneens te Hoorn. Hier bekwaamde hij zich volledig in dit ambt en klom op tot eerste klerk. Vervolgens legde Franciscus M.J. het notaris-examen af en verkreeg op 26 November 1842 te Amsterdam het getuigschrift, waarin de Commissie uit het provinciaal Gerechtshof van Noord-Holland verklaart ," het examen van de heer Franciscus Marinus Johannes van Grasstek, Joanszoon, afgenomen te hebben en van oordeel te zijn, dat hij de kundigheden bezit, welke in eenen notaris worden gevorderd ", ten blijke waarvan hem het getuigschrift werd overhandigd. Thans candidaat-notaris zijnde, bleef hij werkzaam voor notaris Tasman, maar verrichte ook werkzaamheden voor de heer Johan Gaspar van Papst Rutgers, hypotheekbewaarder te Hoorn en tevens luitenant-kolonel der Hoornse Schutterij. Daar Franciscus M.J. nu meer als zelfstandige optrad, en daardoor over meer vrije tijd beschikte, kon hij zijn benoeming op 12 Maart 1846 tot Stedelijk Waagmeester van Hoorn aannemen. Voor deze functie ontving hij fl.600.- per jaar, benevens fl.100.- per jaar voor defroyementen en schrijfbehoeften. Op 24 December 1851 werd hij benoemd tot secretaris van Oudendijk (bij Hoorn) en wel door burgemeester en wethouders dezer gemeente. Op 29 Januari 1852, werd hem, op voorstel van de minister van Binnenlandse Zaken van de 27 Januari 1852, nr. 192, 2e Afd., door koning Willem III ontheffing verleend van de verplichting om in Oudendijk woonachtig te zijn, dit in verband met zijn benoeming tot secretaris aldaar. Op 1 October 1855 werd Franciscus M.J. door Burgermeester en Wethouders van Hoorn benoemd tot Ontvanger der Gemeente accijnsen en indirecte belastingen te Hoorn. Daar hij ook zijn functie als Stedelijk Waagmeester zou blijven uitoefenen, werd zijn tractement vastgesteld op fl.600.- per jaar. In de loop der jaren kwam in deze combinatie van functies een wijziging, zodat een nieuwe benoeming en tevens het opnieuw vaststellen van het tractement noodzakelijk werd. Op 1 Juli 1867 werd Franciscus M.J. door Burgemeester en Wethouders opnieuw benoemd tot Ontvanger der Gemeente accijnsen en indirecte belastingen te Hoorn, maar nu tegen het genot van fl.1200.- per jaar. Bovendien ontving hij fl.500.- per jaar, als vergoeding voor het uit te betalen salaris aan een door de Gemeente ontvanger aan te stellen klerk, alsmede voor de te maken bureaukosten. Tevens werd hem de verplichting opgelegd een borgtocht van fl.14000.- te storten. Franciscus M.J. aanvaardde deze benoeming en zo werd ingevolge de bepalingen op 3 September 1867 de eed door hem afgelegd. Hij bleef in deze functie werkzaam tot 7 Augustus 1887, de dag van zijn overlijden op bijna 71-jarige leeftijd. Naast deze openbare betrekkingen vervulde hij nog andere posten van vertrouwen. Zo was hij vanaf 1842 diaken bij de Ned. Herv. Gemeente te Hoorn. Vele jaren was hij kerkenarmenvoogd over het fonds van de Noorderkerk te Hoorn. Op 20 April 1858 werd hij benoemd tot mededirecteur van de Spaarbank tot Nut van het Algemeen, Departement Hoorn. Ingaande 17 Mei 1866 volgde hij zijn benoeming tot mederegent (w.o. enige jaren regent-thesaurier) van het Protestante Weeshuis te Hoorn. Franciscus M.J. was nog penningmeester in het bestuur over de "Breede Kerkeraadsscholen" te Hoorn en tenslotte was hij lid van het college van notabelen van Hoorn. Franciscus M.J. droeg de Hoornse Schutterij ook een warm hart toe. Hier volgt zijn staat van dienst: - Ingevolge de wet van 11 April 1827 staatsblad 17 werd hij in September 1841 bij de Dienstdoende Schutterij van Hoorn ingeschreven in de rang van schutter. Dit duurde maar kort, want ingaande 1 November 1841 werd hij benoemd en aangesteld tot 2e Luitenant der Dienstdoende Schutterij te Hoorn. Met ingang van 21 Juli 1845 werd hij aangesteld tot waarnemend 1e Luitenant, kwartiermeester. Per 7 October 1847 werd hij benoemd en aangesteld tot 1e Luitenant, kwartiermeester. Ingaande 11 September 1851 volgde zijn benoeming en aanstelling tot Kapitein bij de Dienstdoende Schutterij te Hoorn. Op 10 November 1860 ontving hij "het Ereteken tot beloning van eervolle langdurige werkelijke dienst bij de Schutterij". Met ingang van 15 December 1869 werd Franciscus M.J. op diens verzoek eervol ontslag verleend als Kapitein bij de Dienstdoende Schutterij te Hoorn en wederom benoemd en aangesteld tot 1e Luitenant, kwartiermeester bij genoemd korps, maar nu met de personele rang van Kapitein. In Juli 1855 kocht Franciscus M.J. van Johan Gaspar van Pabst Rutgers, op dat tijdstip Wethouder van Hoorn, een huis en erf gelegen aan de Appelhaven te Hoorn voor een bedrag van fl.3000.- plus fl.165,60 voor overdrachtskosten enz. (plus fl.22.- voor recht en zegel te voldoen aan de hypotheekbewaarder te Hoorn; deze was dezelfde als de verkoper). Franciscus M.J. kreeg het huis met ingang van 1 September 1855 in volle en vrije eigendom, daar de verkoper zelf tot genoemde datum het huis nog bewoonde. Volgens het kadastrale plan, maakte het huis gedeelte uit van het perceel Sectie A ? 723. De belasting bedroeg per jaar fl.180.- voor het huis en fl.2,39 voor het erf. Nadat Franciscus M.J. in Augustus 1887 was overleden, werd het huis door zijn nabestaanden en erfgenamen verkocht. Het huis, waarvan hier sprake is, was het tweede huis vanaf de Appelsteeg, gaande in de richting van de Vismarkt. Het pand werd later gesloopt om plaats te maken voor een kaaspakhuis. Afschrift van aankondiging enz in dagblad Tot innige droefheid van mij, mijne kinderen en verdere betrekkingen overleed heden, na eene ongesteldheid van 14 dagen, zacht en kalm, mijne hartelijk geliefde echtgenoote, Henriėtte Willemine van Slogteren, in den ouderdom van 61 jaren. F.M.J. van Grasstek Jr. Hoorn, 29 Augustus 1880 Afschrift van Overlijdensakte nr. 157 (Gemeente Hoorn) Op 7 Augustus 1887 is overleden aan de Appelhaven, Franciscus Marinus Johannes van Grasstek, oud 70 jaren, van beroep gemeenteontvanger, geboren te Leiden, Weduwnaar van Henriėtte Willemine van Slogteren, zoon van Joan van Grasstek en Johanna Tijs. Aangevers: Jan Schuit, koopman, 30 jaar, schoonzoon Johannes van Slogteren, commissionnair in effecten, 33 jaar, neef. Afschrift uit de ,,Hoornsche Courant? van 14 Augustus 1887 ? 3758 Op den zevenden Aug. 1887 overleed te Hoorn in den ouderdom van 71 jaar onze geliefde vader en behuwdvader de Heer Franciscus Marinus Johannes van Grasstek Jzn. Weduwnaar van Vrouwe Henriėtte Willemine van Slogteren. J. van Grasstek F.J. van Grasstek H.W. Schuit - van Grasstek J. Schuit Dzn. R.J. van Grasstek, Wed. C. Bloem waarschijnlijk uit dagblad "Binnenland"; Woensdag j.l. werd het stoffelijk overschot van den heer F.M.J. van Grasstek, gedurende een lange reeks van jaren Gemeenteontvanger, en werkzaam in tal van andere bedieningen, ter aarde besteld. Onderscheidenen hadden zich op het kerkhof vereenigd om den door zoovelen betreurde doode de laatste eer te bewijzen. De lijkkist, gedragen door diakenen der Hervormde Gemeente, was versierd met een tweetal kransen. Eene, daarop gelegd door een vriendenhand, de andere afkomstig van de verpleegden in het Protestantsche Weeshuis te dezer stede, waaraan de overledene als Regent, mede gedurende vele jaren, zijn zorgen had gewijd. Bij de geopende groeve werden door den Wethouder Mr.F. Booy namens het gemeentebestuur, en door den predikant D. Post als Voorzitter van den kerkeraad der Hervormde Gemeente alhier, namens dat College, toespraken gehouden, beiden getuigende van de hooge achting die de overledene genoot en van de waardeering die zijne veelzijdige verdiensten ten deele viel. In aandachtige stilte werd het gesprokene aangehoord. Allen vervulde een ernstige stemming. Men keerde huiswaarts met den versterkten indruk, dat onze gemeente in den heer van Grasstek een van hare beste burgers heeft verloren, en de herinnering aan hem in menig vriendenhart zal blijven voortleven. N.B. Het Protestantse Weeshuis, waarvan Franciscus M.J. op 17 Mei 1866 mederegent werd, was ondergebracht in het in het jaar 1408 gebouwde klooster "St. Marien". Het werd bewoond door de zusters "Franciscanessen van de 3e orde". Tijdens de Hervorming werd het klooster onteigend. Op 20 September 1574 werd door Prins Willem van Oranje aan de Gemeente Hoorn toegestaan om in dit klooster de Hervormde wezen op te nemen. Als voorwaarde werd gesteld, dat de hierin nog wonende oude kloosterzusters (slechts enkele in getal) tot aan hun dood in het weeshuis mochten blijven wonen en tevens van voedsel en kleding zouden worden voorzien. Het weeshuis bleef tot 1957 bestaan. In dit jaar werd het gebouw voor dit doel afgekeurd en de nog enkele hierin verblijvende wezen elders ondergebracht. |
| Bron: http://www.familievangrasstek.nl |